Situatieschets: alle strijkpareltjes vallen op de grond en we beginnen ze allemaal flink op te ruimen.
Yana: ‘maar mama, dat moet toch helemaal niet, dat opruimen’
Mama: ‘hm, en wie zal dat dan doen? De kaboutertjes?’
Yana: ‘ik bedoel, wij zijn toch groot genoeg om dat zelf te doen’
Mama – ineens heel goed gezind: ‘inderdaad, dat heb jij heel juist gezien! Goed hoor! En fijn dat jullie al zo groot zijn!’
En dan de rest van de conversatie…
Yana: ‘zeg mama, kabouters, bestaan die eigenlijk wel?’
Mama: ‘tja, ik heb ze alleszins nog nooit gezien’
Niki en Yana in koor: ‘maar jawel mama, we hebben Klus gezien, in Plopsaland.’
Mama: ‘inderdaad, maar eigenlijk is Klus een echte meneer die een kabouter speelt’
Niki en Yana: ‘en gebruikt die dan gewoon de stem van Klus?’
En daar stond ik even met mijn mond vol tanden mijn hersens te pijnigen over een manier om dat allemaal te expliceren. Eigenlijk heb ik me er een beetje makkelijk van afgemaakt door te zeggen dat het allemaal een beetje moeilijk is want op tv is het doen alsof. Maar hoe leg je dan uit dat die levensechte kabouter Klus (waar Niki zelfs nog aan gevraagd heeft waar alle andere kabouters zijn) toch in Plopsaland op het podium stond zijn kabouterding te doen? Ik heb een goeie poging gedaan… maar ik vermoed dat ik het toch niet helemaal juist heb kunnen overbrengen… ze denken er ongetwijfeld het hunne wel van… en dat heeft toch ook zijn charmes… niet?