Hoe een kind nog steeds zo graag bloeling kan eten alsof het choco is, blijft me toch een raadsel.
Ik moet bekennen: ik vind dat een viezigheid om op de boterham te smeren (jawel hoor, dat is dus zo’n gekookt ding dat je dan moet proberen uit het vel te halen om dan uit te smeren) en vandaar dat ik dat uit mezelf niet makkelijk (niet dus) meebreng. Maar als je dan je dochter mee naar de winkel neemt, en ze vraagt heel lief of ik ‘alsjeblieft nog eens bloelink wil meenemen want ze vraagt dat al zo lang en ‘t is al zoooooo lang geleden’… wat doe je dan… ja zeggen natuurlijk hé.
Hoe is dat zo gekomen? Wel, bij Mémé werd er heel regelmatig bloeling gegeten en Niki vond dat vanaf de eerste hap een hele lekkernij. Mémé zorgde dat dat in huis was als de kids kwamen, nonkel Joeri bracht dat speciaal mee, … en Niki bleef er ook achter vragen zodat ze dat toch maar niet zouden vergeten. Voor mij geen probleem, zolang ik dat maar niet zelf op die boterham hoefde te doen… Maar gezien Mémé niet meer voor de boterhammen met bloeling kan zorgen – dat zijn zo van die kleine dingen, kleine herinneringen, … – en gezien ik moeilijk aan nonkel Joeri kan vragen om elke dag voor ontbijt te zorgen (jawel: als die lekkernij beschikbaar is, eet Niki bloeling als ontbijt, als middagmaal, als avondmaal, als tussendoortje… geen tijd om slecht te worden dus), kan ik dus niet anders dan dat (heel) af en toe ook zelf te smeren… met de neus dicht… jakkes…